Blog

Geen advocaat

 

 

Als ik de rechtszaal binnenkom, zit de verdachte er al. Schuin geleund over de tafel. Zijn ogen staan verward. Hij is recent psychisch onderzocht bij het Pieter Baancentrum. Het is duidelijk. De man is flink in de war. De voorzitter vraagt naar zijn personalia en de officier van justitie draagt de zaak voor.

Het is niet niks waar de 23-jarige Zaandammer van wordt verdacht. Volgens justitie heeft hij drie brute overvallen op zijn geweten op winkels in Zaandam. Twee keer zou hij een winkelmedewerker met een schroevendraaier hebben bedreigd. Bij de Hema liep hij schreeuwend met een mes naar binnen, riep 'overval' en eiste geld. De politie hield hem aan vlak nadat hij bij een drogisterij tekeer zou zijn gegaan.

De man, die heen en weer wiegt, houdt vol dat hij onschuldig is. Gisteren heeft hij zijn advocaat naar huis gestuurd. ,,Ik vond haar niet goed genoeg'', zegt hij met een schuin hoofd tegen de rechtbank. ,,Ik ben onschuldig. Ik heb helemaal geen advocaat nodig. Ik kan mezelf wel beschermen.'' Hij spreekt lijzig, door de medicijnen die hij gebruikt.

De voorzitter legt uit dat de verdachte zichzelf niet mag verdedigen. Hij praat op een niveau dat een kind kan begrijpen. ,,U wordt beschuldigd van hele ernstige feiten. Daar staat jarenlange gevangenisstraf op. U heeft echt een advocaat nodig. Volgens de wet mogen we uw zaak niet behandelen zonder advocaat.''

,,Het hoeft helemaal niet'', herhaalt de verdachte. ,,Ik bescherm mezelf wel.'' De voorzitter zegt dat als de man erbij blijft dat hij geen advocaat wil, de rechtbank er één moet aanwijzen. ,,Die moet dan in de zaal gaan zitten om te kijken of wij ons werk goed doen'', vertelt de rechter. ,,Ok, best'', antwoordt de verdachte. ,,Wat jullie willen.'' De rechter: ,,Dus u laat ons een advocaat uitkiezen? Of weet u zelf een goede?'' De man schudt zijn hoofd. ,,Dan helpen we u daarbij'', beslist de voorzitter. ,,En het beste is dat u dan met die advocaat gaat samenwerken. Dan kan hij of zij u bijstaan.'' ,,Geen zij'', roept de verdachte. ,,Ik wil een man!''

,,Ik ben onschuldig'', zegt hij weer. ,,Ik was toevallig in de buurt en de politie heeft mij opgepakt. Wat is het bewijs?'' De rechter legt uit dat dit de volgende keer aan bod komt, als de zaak verder gaat met advocaat. ,,Ik heb nog een vraagje'', zegt de verdachte. ,,Mag ik vrij?'' De rechters trekken zich even terug. Nee, de man mag niet op vrije voeten zijn zaak afwachten. Daarvoor zijn de verdenkingen te ernstig.

Als de verdachte samen met de parketpolitie is weggegaan, trek ik de stoute schoenen aan. Als rechtbankverslaggever signaleer ik en houd ik gewoonlijk mijn mond. Nu is de zaal verder leeg. Ik ken een advocaat die specialist is in 'verwarde types'. Hij zou de raadsman zijn, die de juiste toon kan aanslaan tegen deze man. Ik vraag de rechtbank of ik een suggestie mag doen. Een van de rechters lacht. ,,Wel ja, roept u maar. De pers heeft ook inspraak!''

 

Jeannine Verhagen, februari 2016